Beleidsplan 2018-2022

1. Algemeen

 
1.1. Aanleiding Beleidsplan
 
Dit onderhavige beleidsplan is de opvolger van het beleidsplan 2010-2018 en geldt voor de periode 2018-2022. Het nieuwe beleidsplan is nodig omdat het Bestuur van de Stichting een vastgesteld toekomstplan wenselijk vindt om missie en visie in de komende periode te realiseren en te bevorderen.
Voorts beoogt het Bestuur met het nieuwe beleidsplan te voldoen aan een van de eisen uit de Museumnorm 2015, die door de Stichting Museumregister Nederland wordt gebruikt als toetssteen voor geregistreerde musea. It Damshûs is een geregistreerd museum en wil dat blijven.
Bovendien is de aanwezigheid van een beleidsplan een van de voorwaarden van de Belastingdienst om de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) te behouden. It Damshûs heeft de ANBI-status en wil dat eveneens zo houden.
Om goed aan te sluiten bij het provinciaal cultuurbeleid, is It Damshûs lid van de Museum Federatie Fryslân.
It Damshûs voldoet aan de definitie van wat een museum behoort te zijn, zoals afgesproken binnen de International Council of Museums ICOM, namelijk ‘A museum is a non-profit, permanent institution in the service of society and its development, open to the public, which acquires, conserves, researches, communicates and exhibits the tangible and intangible heritage of humanity and its environment for the purposes of education, study and enjoyment’. (ICOM, 2007).
?
1.2. Missie en Visie
?
De Stichting heeft ten doel de instandhouding van het museum, waaronder begrepen de bevordering en het verzekeren van de instandhouding van (rijks)monumenten, waaronder in ieder geval het Damshûske, het Sudergemaal te Nij Beets en de Amerikaanse Windmotor te De Veenhoop, en voorts al hetgeen met een en ander rechtsreeks of zijdelings verband houdt of bevorderlijk kan zijn (art 2 statuten, 20 april 2000). Het Bestuur bevestigt deze statutaire doelstelling en ziet deze als zijn missie.
Het Bestuur heeft als visie dat het museum een erkend museum blijft, waarin op betrouwbare en aantrekkelijke wijze de turfwinning en de daarmee samenhangende sociale strijd in de periode 1860-1920 wordt verbeeld. Het museum beoogt volledig door vrijwilligers te worden geleid en uitgevoerd. De aantrekkelijkheid dient te worden gegarandeerd door naast de gebruikelijke toegang voor individuele bezoekers en groepen activiteiten te organiseren die samenhangen met missie en visie, zij het dat het Bestuur ernaar streeft deze ruim uit leggen. Voorts dient de aantrekkelijkheid te worden bevorderd door het met enige regelmaat aanbieden van nieuwe attracties, zoals in het recente verleden de productie van een film en de thans in gang zijnde realisering van een moerasgebied op het terrein van het museum. Daarbij leven Bestuur en vrijwilligers in het besef dat het fundament voor een aantrekkelijk museum bestaat uit een interessant aanbod, een goede staat van onderhoud, goede faciliteiten en een goede ontvangst en begeleiding. Qua doelgroepen zal het Bestuur ernaar streven de jeugd meer te betrekken/bereiken. Daartoe zullen de huidige educatieve programma’s worden geëvalueerd.
Het Bestuur hoopt in de realisering van missie en visie de gewaardeerde steun en raad te krijgen vande Museum Federatie Fryslân, en voor zover het gaat om gemeentelijk niveau de gemeente Opsterland
 
1.3. Historische Schets
?
Het begin van het museum vond plaats in 1958, toen met bescheiden subsidies, bijdragen van dorpsbewoners en grote inzet van vrijwilligers het laatste stenen veenarbeidershuisje van Nij Beets in 1958 steen voor steen herbouwd werd op zijn huidige plaats bij de hoofdbrug van het dorp. Het huisje werd ingericht met door bewoners geschonken meubilair, voorwerpen, foto’s en veenwerktuigen. Het werd ‘It Damshûs’ gedoopt naar de laatste bewoner, de heer H.G. Dam. Jarenlang was het alleen op zaterdagmiddag en op aanvraag voor het publiek geopend. Sindsdien heeft het museum zich verder ontwikkeld tot een volwaardig openluchtmuseum, dat elke jaar 7000 bezoekers trekt in de beperkte tijd dat het museum geopend is (april t/m september, in april en oktober slechts voor
groepen).

1.4. Terugblik 2010 – 2018
 
In de voorgaande planperiode is de ontwikkeling van het openlucht museum gericht geweest op een uitbreiding van de collectie met kleinere en grotere gebouwen (zoals de veenbaaswinkel annex kroeg, kerk, entreegebouw). En landschappelijke inrichting.
Naast de uitbreiding van het openluchtmuseum zijn verscheidene jaarlijks terugkerende ééndaagse activiteiten ontwikkeld welke ondersteunend zijn aan de doelstelling van het museum.
Veel dorpsbewoners zijn als vrijwilliger actief in het in stand houden van het museum. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals, de afname van prepensioen regelingen waardoor mensen langer blijven werken en krimp, hebben ook hun weerslag op het aantal vrijwilligers. Dit is een algemene tendens die zich voordoet bij alle vrijwilligersorganisaties. Dit zijn belangrijke ontwikkelingen die onderdeel zullen zijn van het huidig en toekomstig beleid.
In de komende jaren zal de ontwikkeling vooral gericht zijn op het voortbouwen van het gerealiseerde, door voorhanden middelen meer te benutten dan wel een verdieping van het hoofdthema.
 
1.5. Hoofddoelstellingen
?
De hoofddoelstellingen van de Stichting zijn in lijn met haar bestaansrecht als museum, derhalve:
- Goed beheer van de collectie, daar waar mogelijk aanvullen
- Aantrekkelijk blijven voor het publiek
- Bedrijfsvoering efficiënt en effectief uit te voeren
?
1.6. Concrete Doelstellingen
 
De concrete doelstellingen sluiten aan bij de hoofddoelstellingen, derhalve:
- Collectie digitaal beheren en toegankelijk maken
- Aantal bezoekers verhogen naar 8000 en in overleg met scholen en gemeente educatieve programma’s aanbieden
- Na realisering van het moerasgebied (2018) een volgende attractie ontwikkelen die samenhangt met missie en visie, te weten energievoorziening.
-Diverse recent geëntameerde nieuwe activiteiten verder ontwikkelen, zoals boekenmarkten, lezingen, concerten.
-Aansluiten bij dorps-overstijgende activiteiten, zoals Culturele Hoofdstad 2018, en de Domela Nieuwenhuis herdenking 2019.
- Het corps vrijwilligers vergroten.
 
 

2. Collectie

 
2.1. Collectie 
 
Onder collectie van It Damshûs wordt begrepen:
· De roerende zaken (stukken in de museale opstallen, stukken in depot, kleding, boeken, kaarten, foto’s)
· Het terrein (It Damshûs)
· De opstallen (het openluchtmuseum It Damshûs, het Sudergemaal en de Amerikaanse windmotor)
?
2.2. Collectiebeschrijving
?
De uitgangspunten voor het collectiebeleid blijven onverminderd van kracht, doch zullen scherper worden bewaakt:
· It Damshûs is een museum over de turfwinning met uitwerking naar de mensonterende sociale omstandigheden en de invloed op het landschap.
· De waterbeheersing die in het Sudergemaal en in de Amerikaanse Windmotor centraal staat is een uitwerking van het thema landschap na de vervening. Immers waterwegen en inpoldering werden in belangrijke mate noodzakelijk voor het vervoer van turf en het in cultuur brengen van de verveende grond.
· De geschiedenis van Nij Beets en de opkomst van de landbouw zijn geen zelfstandige items voor It Damshûs. Alleen in relatie tot de vervening zijn ze van belang.
?
Uitbreiding van de collectie zal worden getoetst aan bovenstaande uitgangspunten. Alleen wanneer het te verkrijgen attribuut een nieuwe aanwinst is voor de collectie, wordt het aanvaard. Ook geldt het principe: beter voor slechter. Wanneer een attribuut wordt aangeboden dat een grotere waarde vertegenwoordigd dan een bestaand collectiestuk, wordt het oude stuk in principe afgestoten.
Collectiestukken zijn afkomstig uit de periode die het museum zichtbaar wil maken (1860-1920). Een aantal bestaande collectiestukken komen echter uit een periode die na de periode van de Beetster vervening ligt. Deze stukken zijn soms in het museum opgenomen, omdat de originele stukken er niet meer (kunnen) zijn. Bijvoorbeeld de opstallen op het terrein zijn daar een goed voorbeeld van. In deze gevallen geldt, dat de replica’s overeenkomen met foto’s en beschrijvingen uit die tijd. Of op grond van studie is gebleken dat het object "er dusdanig uit had kunnen zien" in de genoemde periode. Deze replica’s gelden als volwaardig collectiestuk.
Dit geldt niet voor objecten uit een meer recente periode die gebruikt worden om een activiteiten te verlevendigen. Voorbeelden hiervan zijn de boten, de winkelattributen, kleding, een aantal attributen bij de huisjes. Deze worden gebruikt op hoogtijdagen (petroleumstellen). Deze voorwerpen worden wel geïnventariseerd, doch behoeven niet in de officiële museumregistratie te worden opgenomen.
 
2.3. Collectieregistratie
?
Op den duur zal de registratie van de museumcollectie de onderlinge uitwisseling van gegevens over de collectie mogelijk maken. Openluchtmuseum It Damshûs conformeert zich om deze reden aan de keuze van de meerderheid van de musea in Fryslân en de Museumfederatie Fryslân voor het gewenste registratiesysteem
 
2.4. Behoud en Beheer
?
In de afgelopen beleidsperiode is de collectie volledig geregistreerd en digitaal opgeslagen. Een volgende stap is de digital collectie toegankelijk te maken voor het publiek, zodat men thuis achter de computer de collectie kan bestuderen. In 2018 zal de kern-collectie volledig zijn ingevoerd in het DINCON-systeem (www.collectienederland.nl).
 
2.5. Collectievorming, verwerving, selectie en afstoting
?
De verwerving, selectie en afstoting dienen te voldoen aan de uitgangspunten genoemd in paragraaf 2.2.
 
 
 

3. Publiek

 
3.1. Samenstelling en omvang van het bezoek.
?
Het bezoekersaantal neemt af. Bovendien blijkt dat de samenstelling verandert. Er komen meer groepen, minder individuele bezoekers. Beide waarnemingen hangen samen met het feit dat regionaal een indrukwekkend aanbod is van allerhande concurrerende activiteit en de teruggang in speciale evenementen van It Damshûs. Zo werd er de afgelopen tijd geen Skimerjûn en geen Maaiedei meer georganiseerd. Toch verdient het i.v.m. de doelstelling aanbeveling te trachten het bezoekersaantal te verhogen.
 
 
Damshûs
Sudergemaal
Totaal
1999
3.271
1.529
4.800
2000
4.038
1.462
5.500
2001
4.909
1.360
6.269
2002
6.098
1.272
7.370
2003
6.268
1.621
7.889
2004
7.585
1.861
9.446
2005
5.811
1.636
7.447
2006
5.856
1.319
7.175
2007
7.352
1.061
8.413
2008
8.441
863
9.304
2009
8443
1.058
9.501
2010
9.117
1.428
10.545
2011
8.456
1.145
9.604
2012
7.846
800
8.646
2013
8.640
732
9.372
2014
6.903
590
7.493
2015
8.141
1.258
9.399
2016
5.819
1.129
6.948
2017
5.302
1.268
6.570
 
In bovengenoemde tabel is geen onderscheid gemaakt tussen "reguliere" bezoekers van het museum en bezoekers van ééndaagse evenementen. Uit een nadere analyse van de gegevens blijkt de fluctuatie in de bezoekersaantallen vooral toe te schrijven is aan de variatie in bezoekers van deze evenementen.
Het Bestuur beseft terdege dat de beschikbaarheid van voldoende vrijwilligers een conditio sine qua non is om deze ambitie te realiseren. Zoals elders vermeld, kan het noodzakelijk zijn ooit een beslissing te nemen omtrent de openingstijden voor groepen en voor individuele bezoekers om de werkdruk van de beschikbare vrijwilligers binnen de perken te houden. Om een dergelijke situatie te voorkomen heeft de werving van vrijwilligers dan ook een hoge prioriteit.
Voorts wordt voortgebouwd op nieuwe activiteiten die recent zijn opgestart (zie hierna).
 
 
3.2. Publieksactiviteiten
 
Afgezien van de PR om het museum onder de aandacht te brengen van het publiek (zie ook paragraaf 4.8), zodat bezoek wordt bevorderd, zullen de komende beleidsperiode de volgende activiteiten worden ondernomen.
In de eerste plaats zullen de bijzondere evenementen zo veel mogelijk gecontinueerd dienen te worden. Het gaat om traditionele evenementen met een museaal karakter (Boartersdei, Stoppeldei), met een culturele nevendoelstelling (Skimerjûn) en met een natuur-educatieve nevendoelstelling (wandeltochten, boottochten). Recent ontwikkelde activiteiten zoals exposities, boekenbeurzen, concerten en lezingen worden 7
met kracht voortgezet en zo mogelijk gediversifieerd (zoals kookworkshops, masterclasses, kunst workshops, zondagmiddagactiviteiten).
Voorts wordt het contact met de koepel van busondernemingen geïntensiveerd, zoals via aanwezigheid op de beurs Busidee. Mogelijk leidt dat dat meer busreizen naar het museum.
Van groot belang zijn de educatieve activiteiten voor kinderen. Met behulp van HBO stagiaires zijn daarvoor programma’s ontwikkeld, die voldoen aan de didactische eisen. In de komende beleidsperiode zullen deze educatieve programma’s worden geëvalueerd, zodat deze up to date blijven.
Er wordt naar gestreefd met regelmaat iets nieuws te bieden. Komend jaar wordt een moerasgebied gerealiseerd, dat weergeeft hoe een laagveengebied er uit ziet en wat men voelt als men over de zompige oppervlak zich begeeft. Omdat turf een vorm van energie is, verdient het aanbeveling te laten zien hoe turf als energie zich verhoudt tot andere vormen van energie. Daartoe overweegt het Bestuur een energiepaviljoen te ontwikkelen. Daarbij zou ook getoond moeten worden hoe turf als brandstof werkt, zodat de theoretische beschouwingen in het museum worden verlevendigd (zie ook het hoofdstuk Collectie).
 
3.3. Restauratieve voorziening.
?
Sinds het nieuwe entreegebouw opgeleverd is, is er een betere mogelijkheid ontstaan voor een bescheiden restaurant. Het gaat daarbij in eerste instantie om het functioneren als koffie- en theevoorziening (met datgene dat daarbij hoort). In tweede instantie kunnen op afspraak lunches worden geserveerd, die extern worden verzorgd. Het blijkt dat bezoekers hierover tevreden zijn. Het museum ziet het restaurant als een faciliteit die bezoek aantrekkelijk maakt. Bovendien wordt er financieel gezien een marge gerealiseerd die bijdraagt aan de financiële positie van het museum. De komende periode zal de assortimentskeuze voortdurend aandacht hebben om zowel de aantrekkelijkheid voor de bezoekers als de financiële bijdrage aan de museumkas te verhogen.
 
3.4. Museumshop
?
De Museumshop, die in de afgelopen beleidsperiode is opgestart werkt goed. In de komende tijd wordt gekeken naar de samenstelling en mogelijke uitbreiding van het assortiment, waarbij uit verkoopcijfers blijkt dat met name boeken goed worden verkocht.
 
 

4. Bedrijfsvoering

4.1. Huisvesting
 
Voor It Damshûs geldt dat sinds het gereedkomen van het entreegebouw, en de parkeervoorziening ter plekke de huisvesting bijzonder goed te noemen is. Het nieuwe gebouw biedt voldoende ruimte voor ontvangst, museumshop, en restauratieve voorzieningen, alsmede toiletfaciliteiten (ook voor gehandicapten). De ruimte is groot genoeg voor de organisatie van lezingen (capaciteit ongeveer 50 toehoorders) met audiovisuele voorzieningen. De komende beleidsperiode zal het recent ingezette beleid om lezingen e.d. te organiseren voortzetten zodat de ruimte daadwerkelijk wordt benut.
Het Sudergemaal, eveneens een deel van de huisvesting van het museum is een monument, waardoor soms externe gelden beschikbaar zijn voor onderhoud. Het gebouw staat er prima bij en is voor het museum een waardevolle publiektrekker. Tevens is het geschikt voor kunsttentoonstellingen, waarvan er twee tot drie per jaar worden georganiseerd.
Voorts behoort een Amerikaanse windmotor tot de huisvesting (niet toegankelijk voor het publiek). In It Damshûs  geldt dat het dagelijkse onderhoud gegarandeerd is via de onderhoudsploeg van vrijwilligers. Groter onderhoud wordt via aanneming gedaan, waarbij in beginsel de kosten dor het museum worden gedragen uit de lopende begroting. Voor het Sudergemaal wordt het onderhoud deels door monumentensubsidie (BRIM) betaald. De Amerikaanse windmotor wordt in stand gehouden door monumentensubsidie (BRIM), de gemeente Smallingerland, de provindie Fryslân, het Wetterskip Fryslân, en It Fryske Gea.
 
4.2. Percelen ondergrond
?
De gronden waarop het museum zich bevindt, zijn deels eigendom, deels pacht en huur, deels recht van opstal. De juridische regeling via notariële akten is op orde en berust in het archief.
 
4.3. Personeel en Organisatie
?
De organisatiestructuur is eenvoudig. Er zijn vrijwilligers die dan wel het Bestuur vormen, dan wel hun diensten verlenen via Commissies, dan wel rechtstreeks vanuit het Bestuur worden gecoördineerd. Het Bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de statuten. Er is een vereniging ‘Freonen fan It Damshûs’, een vereniging van donateurs (vanzelfsprekend vaak overlappend met vrijwilligers), die uit haar inkomsten projecten steunt. Zowel het museum als de ‘freonen" verzorgen een nieuwsbrief ten einde alle leden op de hoogte te houden van wat er speelt. Voorts organiseert het museum contactavonden en uitstapjes voor de vrijwilligers.
 
4.4. Automatisering
?
Het museum maakt voor haar website gebruik van een frame dat wordt gehuurd. Dit geldt ook voor de app waarmee een audiotour te beluisteren is. Het up to date houden van de website en de app gebeurt in eigen beheer.
 
4.5. Verzekeringen
?
Er is een opstalverzekering van het Damshûs en het Sudergemaal. Voorts is er een WA verzekering voor de Stichting. De boten zijn eveneens verzekerd, zowel de boten zelf als de passagiers. Deze verzekeringen zijn ondergebracht bij UNIVE. De polissen berusten bij de penningmeester.
De vrijwilligers zijn verzekerd via de VNG Vrijwilligerspolis van de Gemeente Opsterland. Deze VNG verzekering biedt voor de vrijwilligers een ongevallen- en persoonlijke eigendommen verzekering, een aansprakelijkheid verzekering, en rechtsbijstand verzekering alsmede een bestuurders verzekering c.a. voor rechtspersonen en hun bestuurders.
 
4.6. Financiën
?
De jaarverslagen geven een beeld van de ontwikkeling van winst- en verliesrekening en balans.
Er is accountantstoezicht.
De financiële situatie van It Damshûs is gezond. Dit kan ook niet anders doordat een voorzichtig/behoudend financieel beleid wordt gevoerd.
a. Uitgangspunt is dat van de algemene reserve € 10.000 nodig is om aan de liquiditeitsverplichtingen te kunnen voldoen.
b. Een tweede uitgangspunt is dat € 5.000 van de algemene reserve nodig is als slecht-weer-voorziening voor de festiviteiten die in de buitenlucht plaats vinden.
c. Investeringen worden in principe niet gedekt met vreemd vermogen, zodat geen verplichtingen doorgeschoven worden naar de toekomst.
d. De verplichtingen die voortkomen uit het onderhoud van de gebouwen worden als volgt gedekt:
· In It Damshûs wordt al het onderhoud door vrijwilligers gedaan;
· In It Sudergemaal worden de kosten van het onderhoud grotendeels
gedekt door het Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten (BRIM), aangevuld door een bijdrage van de gemeente Opsterland.
· In de Amerikaanse Windmotor worden onderhoudslasten gedekt door de BRIM, de provincie Fryslân, de gemeente Smallingerland en de aanvulling daarop gebeurt door Wetterskip Fryslân en It Fryske Gea.
Op deze wijze, voorzichtigheidsbeginsel ten aanzien van structurele lasten, is het goed mogelijk om met een relatief lage subsidie en lage entreetarieven een gezonde exploitatie te hebben.
 
4.7. Klimaat
?
Het nieuwe Entréegebouw is modern en zuinig. Voor het overige kan het Bestuur altijd verzoeken om advies van de Museumfederatie Fryslân.
 
8. Public Relations
?
Een van de Bestuursleden draagt zorg voor de public relations. Het foldermateriaal wordt regelmatig vernieuwd. Dat het museum bij uitstek geschikt is voor groepen zal worden benadrukt omdat de aanwezigheid van een restauratieve voorziening en een museumshop dat goed kunnen faciliteren.
Voor PR via de pers is een ruim netwerk aanwezig. De komende tijd zal gekeken worden naar aanvullende mogelijkheden voor PR zoals via de nieuwe digitale kanalen (Op ‘social media’ overigens reeds aanwezig).
De website zal ook worden geëvalueerd ten einde te blijven aan de eisen van de tijd. Ook vermelding van het museum op andere websites wordt bevorderd.
Communicatie vindt eveneens plaats via voorlichtingsdagen zoals voor nieuwe bewoners van de gemeente, busondernemingen t.b.v. bustochtjes, en scholen.
Een aantal jaren geleden is proces ingezet om een uniforme huisstijl te realiseren. Beleid hierin is dat nieuwe materialen conform de nieuwe huisstijl worden aangepast. Voor oude bestaande materialen wordt hiervan uit kosteneffectiviteit pragmatisch mee omgegaan; oude materialen worden aangepast indien dit noodzakelijk wordt geacht door het bestuur.
 
 

5. Relaties met Museumregister en Museumfederatie Fryslân.

?
5.1. Ethische Code 2006.
 
It Damshûs heeft als geregistreerd museum de Ethische Code (Museum Vereniging, 2006) onderschreven. Onderdeel van de Code zijn bijvoorbeeld de duidelijkheid omtrent missie, visie en beleid, de zorg voor collectie, de zorg voor personeel en vrijwilligers.
 
5.2. Code Cultural Governance 2014.
?
Het Bestuur onderschrijft de Code Cultural Governance (2014), zij het dat niet alle daarin voorgestelde maatregelen mogelijk zijn. It Damshûs is een klein museum, louter mogelijk gemaakt door vrijwilligers. Het museum is een Stichting, met een klein uit vrijwilligers bestaand bestuur, zonder Raad van Toezicht en zonder de arbeidsrechtelijke eisen die aan een professioneel museum worden gesteld. Daarentegen is de eis van openheid en verantwoording in overeenstemming met de eisen die aan en Stichting worden gesteld in het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast is de publicatie eis ook opgenomen in de Museumregister- en Anbi-toets.
 
5.3. Handleiding Calamiteiten Plan 2003 en Handreiking Collectie Plan (Risico paragraaf Spectrum 2007).
?
It Damshûs onderschrijft risicobeheersing voor vrijwilligers, bezoekers en collectie. Er is weliswaar geen calamiteitenplan als zodanig, omdat in tegenstelling tot een museum in een gebouw, waar brand en instorting kan voorkomen, dergelijke risico’s minder aanwezig zijn. Op het terrein zijn echter vluchtroutes aangegeven, zijn vrijwilligers op de hoogte, en zijn een brandblus- en EHBO voorzieningen aanwezig. Lokale medische zorg is eveneens nabij voorhanden.
Ten aanzien van de risico’s voor de collectie wordt onderkend dat houtworm, schimmels, en brand- en stormschade zich kunnen voordoen. Wekelijks houden de vrijwilligers belast met onderhoud dit in de gaten. Zo zijn recent (2017) enkele huisjes (museale objecten) ontdaan van houtwurm. Brand- en stormschade zijn slecht te beheersen. Afgezien van afdoende verzekering ter dekking van schade, ligt hier een niet geheel te beheersen risico.
 
5.4. Notitie Toegankelijkheid (LCM 6 Museumconsulenten en Ongeziene Rijkdom)
?
Het museum is toegankelijk voor mensen slecht ter been. Rolstoelers kunnen gebaande paden volgen; er is een invalidentoilet. Slechtzienden zullen het moeilijker hebben, daar biedt It Damshûs geen speciale faciliteiten voor. Echter met begeleiding (via de bezoeker zelf, of via vrijwilligers van het museum) zal een en ander op praktische basis kunnen worden opgelost.
 
5.5. Handleiding Vrijwilligersorganisaties (MOVIS, 2010)
?
It Damshûs draait volledig op vrijwilligers, zowel het ‘bestuurders’ als al het ‘personeel’. Zoals in de Handleiding vermeld staat, bestaat een meerderheid van de vrijwilligers uit senioren. Ook de werving van voldoende vrijwilligers is een terugkerend agendapunt in het Bestuur. Er bestaat wederzijds grote waardering voor ieders inzet.
Tegelijkertijd dreigt er een tekort.
De adviezen uit de Handleiding worden ter harte genomen. Werving vindt plaats onder diverse doelgroepen zoals stagiaires en dorpsgenoten van welke leeftijd ook.
Episodisch vrijwilligerswerk is ook aan de orde, bijvoorbeeld voor bijzonder activiteiten zoals de diverse evenementen die het museum organiseert (diverse bijzondere dagen, tentoonstellingen, lezingen, concerten).
Er is altijd hoop dat via de huidige vrijwilligers nieuwe vrijwilligers worden geworven, in lijn met de Handleiding die zegt dat gebleken is dat 87% van de aanwas via de eigen contacten plaatsvindt. In het voorjaar van 2018 zal in de regio bovendien een grote publiciteitscampagne worden gehouden om inwoners warm te maken voor vrijwilligerswerk in het museum met name ten behoeve van gastvrouw/gastheerschap (entree, ontvangst, museumshop en restaurant en rondleiding).
De beleidsvrijheid die het Bestuur heeft is beperkt, dat wil zeggen dat de openingstijden in geval van ‘nood’ zouden kunnen worden aangepast, mogelijk ten gunste van groepen en ten nadele van individuele bezoekers. Nu reeds is bijvoorbeeld de maand oktober alleen beschikbaar voor groepsontvangst. Vrijwillige inzet voor onderhoudswerk (de ‘onderhoudscommissie’), het beheer, entrée en de bediening Sudergemaal (de ‘Sudergemaalcommissie’), boottochten (de ‘bootcommissie’) en bijzondere evenementen lijkt voorlopig voldoende zodat daar geen zorgen over zijn.
Ten aanzien van de coördinatie van het vrijwilligerswerk is het zo dat de vanuit het bestuur de voorzitter contact houdt met de Onderhoudscommissie, de Sudergemaalcommissie en de Botencommissie. De Commissies zijn zelfsturende teams die in beginsel hun eigen zaken regelen. Elke commissie wordt vanuit het bestuur een contactpersoon toegewezen. Voorts is er een Bestuurslid die de museumshop coördineert. Een ander Bestuurslid coördineert de gastheren/gastvrouwen, rondleidingen (ook educatieve programma’s) en alle overige arrangementen. Het is met name in deze sector dat er zorg bestaat over het aantal beschikbare vrijwilligers, zodat het goed laten marcheren van het museumbezoek veel aandacht vraagt.
 
6. Samenvatting
 
De Stichting heeft ten doel de instandhouding van het museum, waaronder begrepen de bevordering en het verzekeren van de instandhouding van (rijks)monumenten, waaronder in ieder geval het Sudergemaal te Nij Beets en de Amerikaanse Windmotor te De Veenhoop, en voorts al hetgeen met een en ander rechtsreeks of zijdelings verband houdt of bevorderlijk kan zijn (art 2 statuten, 20 april 2000). Het Bestuur streeft ernaar dit met kracht te realiseren. Nieuwe activiteiten, nieuwe faciliteiten, en een goede PR staan hiertoe ten dienste. Het Bestuur zal waar mogelijk al degenen die vrijwillig zich inzetten voor het museum steunen en waarderen.
 
Vastgesteld in de bestuursvergadering te Nij Beets, 23 januari 2018.
 
P. van der Molen, secretaris Bestuur Stichting It Damshûs.